De levensloopregeling is een spaarregeling, dat wil zeggen dat de werknemer recht heeft om te sparen. Recht om verlof op te nemen, heeft hij niet. Dat moet in principe in overleg met de werkgever. In een aantal gevallen is er wel een wettelijk recht op onbetaald verlof zoals ouderschapsverlof en zorgverlof. In gevallen waarin geen wettelijk recht bestaat, moeten werknemer en werkgever (individueel of bij cao) afspraken maken over het opnemen van verlof. Wel kan de werknemer vervolgens zelf bepalen hoeveel hij opneemt uit het levenslooptegoed; hij kan er bijvoorbeeld voor kiezen om een uitkering te krijgen ter hoogte van 70% van zijn salaris, maar elk ander percentage is mogelijk. Door te kiezen voor een lager percentage kan de werknemer langer toe met zijn tegoed. Meer dan 100% uit laten keren, mag niet. De uitkering mag niet hoger zijn dan het laatstverdiende salaris voorafgaand aan het verlof.

Als een werknemer verlof opneemt, dan wordt de gewenste uitkering periodiek door de levensloopinstelling overgemaakt aan de werkgever. Deze houdt de verschuldigde loonbelasting in en maakt het geld over naar de werknemer.