De betaalde premies zijn doorgaans fiscaal aftrekbaar. De verzekering valt in dat geval in box 1 waardoor over het opgebouwde kapitaal geen vermogensrendementsheffing betaald hoeft te worden. Over de uitkering dient wel belasting betaald te worden.
De premies kunnen worden opgevoerd als “uitgaven voor inkomensvoorzieningen” mits er sprake is van één van de volgende lijfrentes:
Van de hierboven genoemde drie varianten is de eerste variant verreweg de bekendste. Bij een lijfrente ter compensatie van het pensioentekort zijn er fiscaal gezien drie mogelijkheden:
Tot 1 januari 2006 was ook de premie voor een overbruggingslijfrente fiscaal aftrekbaar.
Een lijfrenteverzekering kan een zuivere- of een gerichte lijfrente zijn. Bij de zuivere lijfrente staat de hoogte van de uitkering voor aanvang van de verzekering reeds vast. Bij de gerichte lijfrente staat de uitkering nog niet vast. Aan de hand van het opgebouwde eindkapitaal wordt een uitkering bepaald. De gerichte lijfrente wordt gebruikt als uitgestelde lijfrente, de zuivere lijfrente als ingegane lijfrente.
De oudedagslijfrente is een lijfrenteverzekering ter aanvulling van het pensioentekort. De verzekering mag op ieder willekeurig moment ingaan tussen de 65- en 70 jarige leeftijd. De verzekering dient levenslang (tot het overlijden van de verzekerde) uit te keren. De uitkering mag afnemen tot 70% van de oorspronkelijke uitkering.
De nabestaandenlijfrente is een lijfrenteverzekering die wordt afgesloten als voorziening voor de nabestaanden. De verzekering keert uit op het moment dat de verzekerde komt te overlijden. De uitkering kan tijdelijk (een vooraf overeengekomen duur) of levenslang (totdat de begunstigde komt te overlijden) zijn.
De tijdelijke oudedagslijfrente voorziet in een tijdelijke uitkering vanaf de 65 jarige leeftijd of de ingangsdatum van het pensioen tot de afgesproken einddatum of eerder overlijden van de verzekerde. De maximale uitkering mag circa € 20.000,-- bedragen.
De overbruggingslijfrente was tot 1 januari 2006 een fiscaal toegestane lijfrenteverzekering. Met ingang van 1 januari 2006 is de premie niet meer aftrekbaar. De reeds opgebouwde rechten bleven onaangetast. De overbruggingslijfrente dient voor de overbrugging van de gewenste pensioneringsdatum tot de 65 jarige leeftijd.
De premies voor lijfrenteverzekeringen zijn niet onbeperkt aftrekbaar. De maximale hoogte van de aftrek wordt bepaald aan de hand van de zogenoemde de jaarruimte en de reserveringsruimte. Daarnaast is het mogelijk de fiscale oudedagsreserve (FOR) om te zetten in een lijfrente of ten laste van de stakingswinst een stakingslijfrente te bedingen.
De jaarruimte dient ter compensatie van het pensioentekort in het belastingjaar zelf. Voor de bepaling van de jaarruimte is een formule opgesteld:
0,17 x premiegrondslag - (7,5xA) – F - S
Waarbij:
Met de reserveringsruimte kan de onbenutte jaarruimte van de afgelopen zeven jaar worden ingehaald. Maximale te gebruiken reserveringsruimte: € 6.332,-- (2006) per jaar, of, indien lager: 17% van de pensioengrondslag
De lijfrentepremies die voor 1 april zijn betaald kunnen nog in het voorafgaande jaar worden afgetrokken.
Als er een verboden handeling wordt verricht, dan voldoet deze niet meer aan de gestelde voorwaarden. Alle premies die in aftrek zijn gebracht, inclusief het behaalde rendement, moeten in één keer bij het inkomen worden opgeteld. Verder is er een revisierente van 20% van de economische waarde verschuldigd.
Verboden handelingen zijn
Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel op 1 januari 2006 zijn de regels voor lijfrenteaftrek gewijzigd. Algemeen geldt dat het voor het voor 1 januari 2006 opgebouwde gedeelte de oude regels blijven gelden. Voor de opbouw vanaf 1 januari 2006 gelden de nieuwe, hierboven weergegeven, regels.
Met de invoering van het nieuwe belastingstelsel kunnen verschillende situaties zijn ontstaan.