Een levensverzekering wordt vaak afgesloten als onderdeel van een levenhypotheek. De verzekering wordt dan aangewend om op de einddatum van de hypotheek de schuld in één keer af te lossen. In principe kan een dergelijke constructie bij elke lening worden aangegaan.
Doorgaans zijn dit overlijdensrisicoverzekeringen. Dergelijke verzekeringen keren bij het overlijden van de verzekerde een vast bedrag uit, waardoor de verzorging nabestaanden enigszins gegarandeerd wordt.
Een levensverzekering wordt vaak afgesloten als aanvulling op de AOW. Er is dan vaak sprake van een pensioen of een lijfrenteverzekering, maar in principe is elke verzekeringsvorm die uitkeert bij in leven zijn geschikt.
Een goed voorbeeld is de studie van kinderen. Er is dan sprake van een studieverzekering. Een studieverzekering wordt vaak vlak na de geboorte van het kind afgesloten, en keert bijvoorbeeld uit op de 18e verjaardag.
Bij indeling naar sector wordt de volgende onderverdeling gemaakt:
Verzekeringen die per stuk gesloten worden en geen onderling verband hebben.
Volksverzekeringen zijn de echte volksverzekeringen, zoals bekend uit de sociale zekerheid. Daarnaast wordt de uitvaartverzekering van oudsher als volksverzekering gezien.
Collectieve verzekeringen
Collectieve verzekeringen zijn bijvoorbeeld pensioenen. Er is dan één ‘moederpolis’ (het mantelcontract) waaraan de diverse individuele contracten hangen.
Collectieve verzekeringen vallen buiten dit artikel.
Bij een spaarkas stortten de deelnemers een bepaald bedrag in de kas. Bij overlijden wordt niks uitgekeerd. Op de vooraf afgesproken einddatum wordt het geld (uiteraard vermeerderd met rente of de beleggingsresultaten) in de kas verdeeld over de levenden.
Bij indeling van de individuele verzekeringen naar verzekeringsvorm zijn twee mogelijkheden:
Aan de hand van de onderverdeling naar verzekeringsvorm worden de levensverzekeringen verder besproken.
Een kapitaalverzekering voorziet in een eenmalige uitkering wanneer het overeengekomen onzekere voorval (leven of overlijden) zich voordoet.
Deze verzekering voorziet in een eenmalige uitkering wanneer de verzekerde op de afgesproken datum in leven is. Bij eerder overlijden volgt in principe geen uitkering. Dit kan echter wel worden meeverzekerd. Er wordt dan een deel van de ingelegde premies uitgekeerd, naar keuze 90, 100 of 110%.
Kapitaalverzekeringen bij overlijden worden doorgaans overlijdensrisicoverzekeringen genoemd. Laatstgenoemde term wordt in dit artikel toegepast.
Overlijdensrisicoverzekeringen kennen drie varianten:
Vanaf het moment van overlijden is geen premie meer verschuldigd.
Deze verzekering voorziet in een uitkering op de afgesproken einddatum indien de verzekerde in leven is én in een uitkering bij het overlijden van de verzekerde. Het moment van de uitkering is afhankelijk van hetgeen overeengekomen is. Evenals bij overlijdensrisicoverzekeringen wordt er doorgaans direct bij overlijden uitgekeerd. Er bestaat ook de mogelijkheid voor een verzekering op vaste termijn. Een kapitaalverzekering bij leven en overlijden op vaste termijn keert dus áltijd uit op de afgesproken datum. Vanaf het overlijden van de verzekerde is ook hier geen premie meer verschuldigd.
In tegenstelling tot een kapitaalverzekering voorziet een renteverzekering niet in een eenmalige uitkering, maar in een uitkering in termijnen. Bij renteverzekeringen zijn erg veel varianten mogelijk. In dit artikel blijven de varianten beperkt tot de meest gangbare, te weten:
De betaalde premies worden op de einddatum periodiek uitgekeerd, voorzover de verzekerde op de einddatum nog in leven is..
De betaalde premie (is altijd een eenmalig bedrag) wordt periodiek uitgekeerd. De periodieke uitkeringen kunnen na een bepaalde, afgesproken, periode eindigen (bijvoorbeeld na 10 jaar) of doorlopen tot overlijden van de verzekerde.
Deze verzekering keert juist uit bij overlijden van de verzekerde. Deze verzekering voorziet in een periodieke uitkering voor de voorziening van de nabestaanden.
Bij een spaarverzekering vergoedt de verzekeraar een vaste rente over de ingelegde premies. Op enkele uitzonderingen na is deze rente op dit moment 3%. De rente staat voor de hele looptijd van de verzekering vast. Naast de rente vergoedt de verzekeraar ook zogenoemde winst. De winst is niet vergelijkbaar met de bedrijfseconomische winst. De winst in de zin van een levensverzekering is, kort samengevat, afhankelijk van het volgende.
Bij de vaststelling van de premie van een levensverzekering gaat de verzekeraar uit van drie grondslagen:
De verzekeraar berekent aan de hand van deze grondslagen de premie. In de premie is geen onderdeel ‘winst’ opgenomen. De verzekeraar reserveert dus geen deel van de premie voor zichzelf. De verzekeraar behaalt zijn winst uit het gunstiger berekenen van de grondslagen. Als voorbeeld interest: De verzekeraar weet dat hij 4% rente kan ontvangen. Bij de berekening van de premie gaat de verzekeraar echter uit van 3%. 1% is dan de winst voor de verzekeraar. Ook bij de grondslagen sterfte en kosten wordt een deze methodiek toegepast.
De verzekerde deelt mee in deze winst van de verzekeraar, waardoor het rendement uit kan komen op bijvoorbeeld 4 of 5%.
Bij een beleggingsverzekering worden de ingelegde premies belegd in beleggingsfondsen. De beleggingsfondsen waarin wordt belegd zijn naar keuze van de verzekeringnemer. Bij bepaalde beleggingsfondsen met een laag risico geeft de verzekeraar vaak een garantierendement van bijvoorbeeld 2,5%. Het spreekt voor zich dat beleggen bepaalde risico’s met zich meebrengt.
Beleggingsverzekeringen staan alweer enige tijd onder druk. Dit heeft in de media de naam ‘Woekerpolisaffaire’ meegekregen.
Doorgaans betaalt de verzekeringnemer de premie periodiek, bijvoorbeeld per maand of per jaar. De premie kan ook in één keer worden voldaan (dit heet een koopsom). Een combinatie is ook mogelijk: er wordt bij aanvang een bepaald bedrag gestort en vervolgens een periodieke premie.
Bij een periodieke premie bestaat de mogelijkheid premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid mee te verzekeren. Op het moment dat de verzekeringnemer arbeidsongeschikt wordt neem de verzekeraar de premiebetaling over. De verzekeringnemer hoeft geen premie te betalen totdat hij weer arbeidsgeschikt is.
Kenmerk van de levensverzekering is, dat het een eenzijdige overeenkomst is. Dit komt tot uiting in de rechten en plichten van de verzekeraar en verzekeringnemer.
Rechten verzekeraar:
Plichten verzekeraar:
Rechten verzekeringnemer:
Plichten verzekeringnemer:
Als gevolg van de eerder genoemde woekerpolis-affaire nam het aantal nieuw afgesloten levensverzekeringen in het eerste kwartaal van 2007 (t.o.v. het eerste kwartaal van 2006) met 18% af. Ten opzichte van het tweede kwartaal van 2006 blijft in het tweede kwartaal de afname beperkt tot 4%. In het tweede kwartaal van 2007 werden 90.700 nieuwe verzekeringen afgesloten met een totale premieomzet van € 551,6 mln. Beleggingsverzekeringen laten een grotere afname zien: 23%.
Van de 90.700 nieuw afgesloten verzekeringen is bijna 30% een beleggingsverzekering.
De grootste Nederlandse levensverzekeraars zijn, naar premie-omvang (cijfers 2006)
Bron: Assurantiemagazine (2007) "Eureko bezit meer dan een kwart van de Nederlandse verzekeringsmarkt", Assurantiemagazine, jrg. 29, nr. 13, pp. 1 en 8.