Niet tot de inboedel behoort:
De dekking van een inboedelverzekering valt doorgaans uiteen in twee varianten:
De dekking van de inboedelverzekering is afhankelijk van de plaats waar de inboedel zich bevindt. Er wordt onderscheid gemaakt tussen:
De inboedel bevindt zich in de woning wanneer de inboedel zich in de privéruimtes van de verzekerde bevindt.
Zolang de inboedel zich bevindt in hetzelfde gebouw maar niet in eigen woning (dus voor derden vrij toegankelijke ruimtes) is er eveneens dekking voor alle genoemde schadeoorzaken Bij diefstal geldt echter de aanvullende bepaling dat er sprake moet zijn van inbraak. Dit zal vooral voorkomen bij appartementen.
Hierbij kan worden gedacht aan zonweringen en antennes. Inboedel, aan de buitenkant van de woning bevestigd, is gedekt tegen alle schades zoals omschreven, echter met uitzondering van vandalisme en diefstal.
Hiervoor is eveneens dekking voor alle genoemde schades, echter met uitzondering van diefstal, storm, vandalisme en neerslag. Hierop is wasgoed en tuinmeubilair weer uitgezonderd: dit is wel verzekerd tegen diefstal en vandalisme.
Ook buiten de eigen woning is de inboedel verzekerd. Wanneer de inboedel zich in een auto binnen Nederland bevindt is er dekking tegen alle schades. Bij diefstal geldt de aanvullende bepaling dat de inboedel op een niet van buitenaf zichtbare plaats was opgeborgen en dat de auto goed was afgesloten. Bij diefstal uit de auto wordt maximaal € 225,-- vergoed.
Op alle overige plaatsen is de inboedel verzekerd tegen gewelddadige beroving en afpersing. Wanneer de verzekerde onder bedreiging van of met fysiek geweld gedwongen is zijn portemonnee af te staan, dan is er dus dekking op de inboedelverzekering.
Bij het aangaan van de verzekering wordt een verzekerde som vastgesteld, die:
Bij een schade van enige omvang wordt vastgesteld of de verzekerde som wel in overeenstemming is met de waarde van het verzekerde object. Als het goed is, is de verzekerde som gelijk aan de werkelijke waarde. De verzekerde som kan echter ook hoger of lager zijn dan de werkelijke waarde. Ook kan het voorkomen dat hetzelfde object dubbel verzekerd is. Deze gevallen worden respectievelijk genoemd:
Bij inboedelverzekeringen wordt de nieuwwaarde verzekerd. Hierdoor wordt ook bij schade de nieuwwaarde uitgekeerd, en niet de dagwaarde. Op deze regel zijn een aantal uitzonderingen. Bij onderstaande uitzonderingen wordt de dagwaarde vergoed:
Bij de vaststelling van de verzekerde som dient de verzekerde van al zijn bezittingen na te gaan wat de huidige nieuwwaarde is, en of de bezitting wellicht tegen dagwaarde verzekerd moet worden (zie bovenstaande opsomming). Aangezien dit in de praktijk een ondoenlijke klus is, kan de verzekerde ervoor kiezen de inboedel te laten taxeren of een inboedelwaardemeter in te vullen.
Op een inboedelverzekering geldt standaard een overdekking van 25%.
Voordelen:
Nadelen:
Voordelen:
Nadelen:
Een inboedelwaardemeter is een door de verzekeraar opgesteld formulier. Aan de hand van gemiddelden wordt de inboedelwaarde vastgesteld. De verzekerde hoeft op het formulier alleen een aantal basisgegevens in te vullen, namelijk:
Het Verbond van Verzekeraars stelt elk jaar een inboedelwaardemeter op. De meeste verzekeraars gebruiken deze inboedelwaardemeter als leidraad. De inboedelwaardemeter is hier te downloaden.
De inboedelwaardemeter kent voor een aantal zaken een beperking. Bij het invullen van een inboedelwaardemeter moet worden geschat wat de waarde is van een aantal zaken. Er is voor deze zaken vaak dekking tot een bepaald bedrag. Wanneer waarde het bedrag overstijgt moet dit worden doorgegeven. Het gaat hierbij om de volgende zaken, met tussen haakjes de standaard verzekerde waarde. De standaard verzekerde waarde kan enigszins verschillen van verzekeraar tot verzekeraar.
In een aantal gevallen verleent de verzekeraar dekking boven de verzekerde som. Vaak is voor elke van de hierna genoemde dekkingen elk de hoogte van de vergoeding gemaximeerd op 10% van de verzekerde som.
Voor bereddingskosten bestaat vaak een ongelimiteerde dekking. Onder bereddingskosten worden kosten verstaan die worden gemaakt voor het voorkomen of verminderen van schade, indien een schade zich verwezenlijkt of dreigt te verwezenlijken.
Het is niet vereist dat de poging tot beredding succes heeft gehad. Wanneer het blussen in het hierboven genoemde voorbeeld geen succes had en de woning brandt helemaal af, dan moet de verzekeraar alsnog de kosten voor de handblusser vergoeden.
De belanghebbende is zelfs wettelijk verplicht (art. 7:951 lid 1 BW) binnen redelijke grenzen alle maatregelen te nemen die tot voorkoming of vermindering van de schade kunnen leiden.
Na een schade zal een verzekeraar doorgaans een expert inschakelen om de schade vast te stellen. De kosten voor de expert zijn boven de verzekerde som gedekt.
Na een schade kunnen opruimingskosten ontstaan.
Kosten voor noodvoorzieningen worden vergoed. Een noodvoorziening is bijvoorbeeld een tijdelijke afsluiting als een ruit is ingegooid en er niet direct een nieuwe ruit kan worden geplaatst.